De apenrots

Evolutie

Jaarlijks zijn wij getuigen van een evolutionair natuur fenomeen, die soms zonder dat wij het zelf door hebben de revue passeert. De zomervakantie is voorbij, de kinderen hebben 6 weken lang, alleen / met broertjes zusjes/ neefjes en nichtjes / of buurtkinderen gespeeld en worden weer in groepen van 30 bij elkaar geplaatst.

De meeste kinderen willen graag dan weer deel uitmaken van de groep. Tussen de jongens en bij de meisjes wordt er gestreefd naar de hoogste posities. (niet zichtbaar maar zeker voelbaar) Deze plek zorgt voor populariteit, uitnodigingen voor de kinderfeestjes maar ook de aandacht van de docenten zowel positief als negatief. Deze strijd levert competitie op.

Vaak wordt er ook wel gesproken over het feit dat de groep na een dergelijke vakantie weer in een vast stramien moet komen. Hoe los je zo’n probleem op, in mijn ogen niet. De kaders kunnen geboden worden om het in goede banen te lijden, maar de evolutionaire competitie zal er blijven.

Keerzijde

Het verbale apenrots gedrag vind ik persoonlijk altijd de vervelende keerzijde van het gedrag. De onderlinge pesterijen, en het stiekeme geroesmoes waar eigenlijk geen vinger op gelegd kan worden omdat er nooit precies achterhaald wordt, wat er nou wel of niet is gezegd.

Gecontroleerd

Het fysieke gedrag ben ik persoonlijk meer voorstander van. Het is visueel en gemakkelijk in te kaderen. Laat het in de pauzes maar is gebeuren. “Jongens / Meiden hier op dit gedeelte op het gras / op de kunststof matten, mag er gestoeid worden.” één tegen één, geen geschop, geslaan of geknijp en stop is stop.

Uit onderzoek blijkt zelfs dat een beetje stoeien essentieel is voor de ontwikkeling van een kind. Het helpt het oplossingsgericht denken, het verscherpt de sociale vaardigheden omdat ze gecontroleerd mogen “stoeien” waardoor ze tijdens een echte ruzie lichaamshouding en gedrag beter kunnen lezen , en uiteindelijk verscherpt het de band.

Laten we genieten van dit jaarlijkse schouwspel en juist de tools bieden om het zo gecontroleerd mogelijk te laten verlopen vanuit de liefde, veiligheid en het vertrouwen die wij aan de kinderen kunnen geven.